Wat is dan kwaliteit?

Mariënne en Mannus over ervaringskennis in de Raad van Toezicht.

Mariënne Verhoef houdt al een tijd toezicht bij Garage2020. Mannus Boote kwam er per 1 juli bij. Een gesprek over twee generaties aan dezelfde tafel, over wat een Raad van Toezicht nou eigenlijk doet, en over de vraag hoe je als organisatie relevant en kritisch blijft in een sector waar iedereen er wat van vindt.

Ze kennen elkaar van Levvel. Mariënne was daar bestuurder, Mannus werkte er als kwartiermaker ervaringskennis. Daarnaast werkten ze landelijk samen om de jeugdzorg te verbeteren. Nu is geen van beiden nog eindverantwoordelijk voor een organisatie. Mariënne stopte bij Levvel, Mannus droeg zijn coördinatorschap bij ExpEx over.

Zo begint het gesprek. “In die rollen werkten we al samen,” zegt Mariënne, “en nu werken we weer samen!” “Alleen zitten we nu echt in hetzelfde team,” zegt Mannus. Waarna hij meteen de vraag stelt: is dit geen ons-kent-ons-clubje? Mariënne: “Cees van Eijk komt uit een hele andere hoek. En de vierde die we nog zoeken, ook. Dus dat zit wel goed hoor.”

Voor de vierde stoel wordt nog gezocht naar iemand van buiten de sector, uit het bedrijfsleven of de techsector. Iemand die de zaak anders aanvliegt. Ken je iemand, of ben je die iemand, dan horen we het graag. Bekijk hier de vacature.

 

Een minder vrijblijvende adviesclub

“Waarom wilde je eigenlijk in een raad van toezicht?” vraagt Mariënne. Mannus: “Ik heb jaren geroepen dat ervaringskennis op elke plek in de jeugdzorg hoort, ook in de bestuurskamer. Sinds kort is het zelfs een inspanningsverplichting in de wet om iemand met kennis uit ervaring in de raad van toezicht van jeugdzorgorganisaties te krijgen. En ik doe nu een supervisieopleiding en wil ervaringsdeskundigen gaan coachen die op allerlei plekken werken, waaronder het toezicht. Het lijkt me dan heel gek om ze daarin te ondersteunen terwijl ik zelf nauwelijks een idee heb wat mensen daar zitten te doen. Ik ben altijd van ‘practice what you preach’, dus dan moet ik het zelf ook doen.”

“Ik heb in mijn carrière als ervaringsdeskundige op allerlei plekken meegedacht,” zegt Mannus. “In allerlei adviesraden en meedenkgroepen. Maar het blijft toch altijd een beetje vrijblijvend. Een RvT voelt als een vergelijkbare adviesclub, maar dan minder vrijblijvend.” Mariënne wil weten waar die minder vrijblijvendheid dan in zit. “Omdat het een formele rol is. Je wordt er niet zo bijgehaald van: oh ja, jij als ervaringsdeskundige, dat vragen we ook even. En dan gaan we toch gewoon door zoals we het deden. In een meedenkclub met weet ik veel hoeveel mensen zie je van je input uiteindelijk niks terug. Nu heb ik het idee: als ik tegen Levi zeg dat ik naar een plan heb gekeken en hem daar wat over vraag, dan gaat hij daar echt over nadenken.” Machtsvertoon is het niet, benadrukt hij. “Ik voel niet zoiets van: wij zijn werkgever van Levi, dus hij moet luisteren. Maar als er echt iets zou zijn, dan kunnen we als raad van toezicht ook bijsturen wanneer we vinden dat dat nodig is.”

 

“Ik ben van practice what you preach. Dan moet ik het zelf ook doen.

 

Wat doet de raad van toezicht?

Voor iedereen die zich weleens afvraagt wat we als raad van toezicht doen: “In the end, als de organisatie failliet gaat, moeten wij aan de bak,” zegt Mariënne. “Dus we moeten zien te voorkomen dat het zover komt. Maar je houdt ook toezicht op kwaliteit. En op de vraag of je trouw bent aan je waarden en aan waarvoor je bent opgericht. Sluit de aanpak nog aan bij deze tijd? Welke bijsturing is daarvoor nodig? Daarnaast: vinden de mensen die bij de Garage werken het fijn om voor de organisatie te werken en blijft het netwerk van partijen eromheen aangehaakt?”

De raad van toezicht komt zes keer per jaar bij elkaar, plus een grotere strategiebijeenkomst. Mensen uit de organisatie schuiven aan, zoals laatst de controller toen de financiën besproken werden. De vergadering daarvoor begon met een lunch met collega’s van de Garage, met daarna presentaties over waar ze mee bezig waren, vaak met een open vraag eraan vast. “Dat wakkert mijn enthousiasme heel erg aan,” zegt Mariënne. “Je leert de mensen beter kennen, en je kunt daarna ook aan anderen vertellen waar ze mee bezig zijn. Ik vond dat inspirerend. Je moet niet alleen de zogenaamde bovenkant zien.”

Een traditionele raad van toezicht kent een auditcommissie en een kwaliteitscommissie. Bij de Garage doen ze het met elkaar, als gezamenlijke verantwoordelijkheid. In de praktijk zet Cees extra in op het bedrijfsmatige, brengt Mariënne de sectorkennis mee en gaat Mannus over kwaliteit. “En dan is de vraag meteen: wat is dan die kwaliteit?” zegt Mariënne. “Waar moeten we op letten? Ik vind het belangrijk dat jij je daar extra op focust. Niet vanwege je leeftijd, maar vanuit je ervaring, de collectieve ervaringskennis die je meebrengt en je diversiteit aan praktijkkennis.” 

 

Twee generaties

Dan komt het leeftijdsverschil ter sprake. Mannus ziet het terug in zijn hele loopbaan. Waar hij ook werkte, hij werkte graag met jongeren maar juist ook graag met mensen uit eerdere generaties. “Ik heb volgens mij geen mommy-issues, nou ja, ik heb wel issues met mijn moeder gehad. Maar ik geloof gewoon heel erg in wederkerig leren,” zegt hij. “Ik ga ontzettend veel leren van jullie ervaring met toezicht houden, en Cees krijgt bijvoorbeeld weer nieuwe dingen van mij mee.”

Mariënne lacht. “Jij hebt de leeftijd van mijn kinderen. Die vragen weleens: mam, wat doe jij nou eigenlijk? Dan vertel ik dat, en dan horen ze bijvoorbeeld over wachtlijstproblemen. En zij hebben zo de neiging om daar heel anders naar te kijken en andere vragen te stellen. Dat zet mij dan weer aan het denken: oh ja, zo kan ik er natuurlijk ook naar kijken.” Ze ziet het als een beweging die breder gaande is. “Er komen meer jongere mensen in raden van toezicht, niet pas aan het eind van je carrière. Als ik zelf gevraagd word voor een raad van toezicht, kijk ik naar de samenstelling en denk ik: jongens, haal alsjeblieft iemand anders. Daarmee zeg ik niet dat je als je ouder bent geen vernieuwing kunt brengen. Maar door de generaties heen kijk je anders en ervaar je anders.”

 

“Elke keuze over geld is een keuze over mensen.”

 

Van geld tot geweld

Mannus heeft één vergadering meegemaakt. De financiën waren een groot onderwerp. “Ik heb altijd gezegd: ik heb daar nooit zoveel mee. Ik heb een soort anti-geld-reflex. Misschien omdat ik zelf schulden heb gehad, maar vooral ook omdat besluiten in de jeugdzorg en in de politiek veel te vaak op basis van financiën worden genomen. Wat ik fijn vond om te merken: het gaat niet alleen over geld, maar over wat je met dat geld kunt. Elke keuze over geld is een keuze over mensen.”

Meteen daar achteraan komt de scherpte. “Je moet klussen binnenhalen om overeind te blijven, dat snap ik. Maar je moet niet dingen gaan doen die eigenlijk niet bij ons passen en die je alleen doet omdat er geld mee binnenkomt of omdat je er goede sier mee maakt.” Datzelfde geldt voor focus. “De Garage is niet alleen de eigen organisatie, je zit in het hele systeem. Je zit in de sector en kijkt een beetje van buiten naar de sector. Daardoor voel je je verantwoordelijk voor alles en wil je alles verbeteren. En elke vernieuwing heet innovatie. Dus waar focus je op?”

Mariënne knikt. ”Dat is bij uitstek iets voor de Raad van Toezicht. Garage2020 bestaat tien jaar en dat is ook een moment om te zeggen: wat is het de komende vijf jaar dan? Gezien waar we nu staan, in een veld vol geweld. Zowel het letterlijke geweld, als het geweld van iedereen die er wat van vindt en er makkelijk over oordeelt. Wat me opvalt is de uitgesprokenheid van mensen die het allemaal zo goed weten. Als je aan de zijlijn staat is het makkelijk praten. En wat is onze positie daarbinnen dan?”

Mannus wijst op de valkuil. “Bij de Garage zit het er goed in dat jongeren voorop staan. Maar als je groter wordt of geld nodig hebt, ga je vanzelf ook iets meer naar het systeem hangen. Daar moeten we scherp op blijven. Is wat we doen wel radicaal anders?” Mariënne beaamt dit: “Ja, we willen relevant blijven, maar dan vooral relevant voor jongeren, niet alleen voor het netwerk van partijen. Dus niet alleen over het systeem praten, want dat doet iedereen al.”

 

“We willen relevant blijven, maar dan vooral relevant voor jongeren.”

 

Er moet in worden geïnvesteerd

Toezicht houden is bij Garage2020 onbezoldigd. Voor Mannus is er een afspraak gemaakt: de organisatie betaalt zijn opleiding, een traject dat specifiek gericht is op jongere toezichthouders. Mariënne: “Cees en ik kunnen het ons permitteren om geen vergoeding te krijgen en wij vinden het mooi om op deze manier het stokje over te geven. Maar het is geen vrijblijvende situatie, dus er wordt in geïnvesteerd.”

Daar zit ook een geleerde les in, deelt Mariënne: “Als je zomaar alleen maar een jongere vraagt, zonder daar goed bij stil te staan en zonder erin te investeren, dan maak je het diegene moeilijk. Ik heb dat eerder ook gezien. Iemand komt binnen, draait mee, en er wordt onvoldoende samen stilgestaan bij wat het voor die persoon en voor de anderen betekent. Daar is toen weer van geleerd, en de volgende kwam anders binnen.”

Zij zien daar meteen een opdracht in: “Dat is een mooi vraagstuk om met de Garage te doordenken. Wat is er voor nodig om nieuwe toezichthouders met ervaringskennis goed te positioneren in raden van toezicht?” “Dat raakt precies aan waar we voor staan: het samen doen met de jongeren om wie het gaat.” zegt Mariënne. Een termijn duurt vier jaar, en daar committeert Mannus zich ook aan. Over twee jaar willen ze dit gesprek opnieuw voeren, met de inzichten die er dan liggen.

 

Blijven uitspreken en puzzelen

Tot slot vraagt Mannus: “Wat wil je mij nog meegeven?” “Blijf je uitspreken,” zegt Mariënne meteen. “Inhoudelijk, maar ook in verbazing of in verwondering. Dat je zegt: dit lijkt toch meer voor de bühne te zijn. Of: dit is niet de actie of scherpte die volgens mij nodig is. Ik zou het heel fijn vinden als je dat blijft doen. Want te genuanceerd zijn helpt ook niet.”

“We hebben nu al wat gespreksonderwerpen aangeraakt, maar er valt nog genoeg te puzzelen met elkaar,” zegt Mariënne. “Voor daadwerkelijk puzzelen heb ik te weinig geduld,” zegt Mannus. “Maar hier heb ik wel zin in!”