‘In jeugdzorg moet je apps niet nodeloos ingewikkeld maken’

Originally posted in: Het Financieele Dagblad

Met design thinking, VR en andere ingrediënten uit de tech-wereld wil de Amsterdamse zorgorganisatie Spirit de jeugdhulp flink opschudden. Een gesprek met bestuurder Mariënne Verhoef. ‘De kinderen van nu zijn de klanten en werknemers van morgen. Bedrijven hebben er dus belang bij dat het goed met ze gaat.’

De jeugdhulp staat voor een grote opgave. Steeds meer kinderen en jongeren hebben begeleiding nodig, terwijl de overheid hier steeds minder geld voor uittrekt. Vooral 2015 was voor veel instellingen een zwaar jaar. In één keer verschoof toen de verantwoordelijkheid voor bijna alle vormen van jeugdhulp naar de gemeenten. Met veel administratieve rompslomp tot gevolg, want elke gemeente kent zijn eigen regels voor verantwoording en aanbesteding. Bovendien ging deze zogeheten ‘decentralisatie’ gepaard met zware bezuinigingen. De gemiddelde vergoeding voor jeugdhulp ligt op dit moment al ruim tien procent lager dan in 2014.

De Amsterdamse jeugdhulporganisatie Spirit, dat 1000 medewerkers heeft die jaarlijks zo’n 4000 jongeren ondersteunen, zag deze problemen al in een vroeg stadium aankomen en nam zes jaar geleden rigoureuze maatregelen. Als er steeds meer vraag is naar hulp en het budget alleen maar slinkt, zo redeneerde de organisatie, is er maar één antwoord mogelijk: slimmer werken. ‘Innovatie’ werd het nieuwe mantra: de hiërarchische structuur en bijbehorende dikke managementlaag maakten plaats voor ‘zelfsturende’ teams, die worden uitgedaagd om nieuwe werkmethoden uit te proberen.

In 2016 deed Spirit veel stof opwaaien met hun innovatieplatform Garage2020, dat hippe producten uit de tech-wereld wil inzetten om het dagelijks leven van kinderen en jongeren met sociale problemen te verbeteren, in de hoop dat zij die hele jeugdhulp daardoor veel minder nodig zullen hebben. Secretaris-generaal Erik Gerritsen van het ministerie van VWS (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) gaf onlangs in een tweet aan het ‘echt indrukwekkend’ te vinden hoe Garage2020 een landelijke beweging aan het worden is. Inmiddels heeft het innovatieplatform al vijf ‘filialen’ door heel Nederland.

‘Die nieuwe manier van werken was óók nodig, omdat wij merkten dat de bestaande jeugdhulp vaak niet goed aansluit bij de belevingswereld van de doelgroep. Daardoor is die hulp ook lang niet altijd effectief’, zegt Mariënne Verhoef, sinds 2006 bestuurder van Spirit en onlangs genomineerd voor de HRtop100. In haar ogen kan Spirit niet anders dan zichzelf ingrijpend vernieuwen. ‘Anders missen wij definitief de aansluiting bij de kinderen en jongeren voor wie wij werken, en worden wij de V&D van de jeugdzorg. Dan ben je op een gegeven moment óók overbodig, maar op een andere manier.’

Waarom wil Spirit de jeugdhulp zo radicaal veranderen?

‘Omdat het aantal kinderen dat gebruik maakt van jeugdhulp toeneemt: het gaat nu al om één op de tien kinderen in Nederland. En dat terwijl het geld dat de maatschappij hiervoor beschikbaar stelt alleen maar afneemt. De vergoeding voor de begeleiding van gezinnen ligt nu bijvoorbeeld gemiddeld tien à vijftien procent lager dan voor de decentralisatie naar de gemeenten in 2015. Een behandelstop hebben wij nog niet, maar wij werken wel met man en macht om wachtlijsten tegen te gaan.’

Hoe doe je zoiets: radicaal veranderen?

‘Vernieuwen lukt het beste buiten je eigen organisatie, anders blijf je toch je eigen werkelijkheid verbeteren. Daarom richtten wij in 2016 het innovatieplatform Garage2020 op. Hierin werken wij niet alleen samen met andere jeugdhulporganisaties, maar ook met mensen uit andere disciplines. Zo leren wij bijvoorbeeld van design thinkers om beter aan te sluiten bij de belevingswereld van kinderen en jongeren.

‘Het aantal kinderen dat gebruikmaakt van jeugdhulp neemt toe, terwijl het budget na 2015 zo’n 15% daalde’

-Mariënne Verhoef

Inmiddels zijn er vijf garages die aardig zijn verspreid over het hele land: in Amsterdam, Rotterdam, Leeuwarden, Leiden en Enschede. Met acht garages hopen we uiteindelijk een echte landelijke netwerkfunctie te bereiken. Zeker als het gaat om e-health moet je goed kunnen samenwerken en elkaar in een klein land als Nederland niet gaan beconcurreren. Om dit voor elkaar te krijgen hebben wij wel meer financiële armslag nodig. Hopelijk wordt ons recente verzoek aan VWS om een miljoeneninvestering gehonoreerd.’

Waar is het geld voor Garage2020 tot nu toe vandaan gekomen?

‘In het eerste jaar ontvingen we een startsubsidie van €160.000 van het ministerie van VWS. Van de gemeente Amsterdam ontvangen we tot en met 2020 jaarlijks ongeveer €200.000. Zelf heeft Spirit in 2016 €300.000 geïnvesteerd, en in 2017 nog eens €200.000.’

Hoe kan Garage2020 de jeugdhulp daadwerkelijk veranderen?

‘Heel belangrijk is dat het idee van de garages door andere jeugdhulporganisaties wordt gewaardeerd. Het bewijs hiervoor is dat half Nederland er inmiddels bij is betrokken: Jarabee in Hengelo, Enver in Rotterdam, Cardea, Kwadraad en Inzowijs in Leiden en Jeugdhulp Friesland in Leeuwarden. Zij proberen allemaal innovaties uit en voeden de garages tegelijk met vragen vanuit de praktijk. Zo dringen de ideeën van het innovatieplatform langzaam door tot de jeugdhulp.

Lokale politieke steun is sinds de decentralisatie door de overheid ook cruciaal. Daarom is aan elke garage inmiddels een wethouder verbonden. In Rotterdam was dat tot voor kort bijvoorbeeld Hugo de Jonge, nu de minister van VWS.’

 

Om wat voor innovatie gaat het concreet?

‘Een voorbeeld is Yuno, een biofeedback-instrument dat reageert op iemands stress-niveau. Eigenlijk was dit bedoeld voor kinderen en pubers, maar het leek de jongeren die wij om advies vroegen vooral nuttig voor hulpverleners.

Op dit moment gebruikt een aantal medewerkers bij De Koppeling, onze instelling voor gesloten jeugdzorg, dit instrument bij wijze van pilot. Vorige week hoorde ik van een hulpverleenster aldaar dat het haar echt helpt om escalatie te voorkomen. Op haar afdeling waren een paar jongens met elkaar aan het klooien, net op het moment dat zij een grote pan soep bereidde. Toen zich nóg een opgewonden jongere zich bij de groep voegde, ging de Yuno in haar bh discreet af en wist zij: nu moet ik eerst zélf tot rust komen. Als Yuno voldoende is doorontwikkeld, gaan we het instrument ook op andere plekken in onze organisatie gebruiken.

Een ander voorbeeld is de VR-training Street Temptations, waarmee jongeren die in een instelling voor gesloten jeugdzorg verblijven worden voorbereid op hun terugkeer naar huis. Ondanks alles wat ze binnen de jeugdhulp hebben geleerd, is het heel moeilijk voor ze om de verleidingen en de groepsdruk in hun oude omgeving te weerstaan: het is toch de plek waar ze op het slechte pad raakten.

Het idee keken we af van de Landmacht, waarmee Spirit samenwerkt. Die bereiden soldaten met VR-trainingen voor op missies naar het buitenland, bijvoorbeeld naar Afghanistan. Samen met het bedrijf Purple Pill hebben we inmiddels een VR-scene ontwikkeld waarin een jongere wordt verleid om iemand in elkaar te slaan. Er zullen nog veel meer scenes moeten komen, plus een bijbehorend interventie-programma. Probleem is echter dat alleen al die ene scene €25.000 kost: hiermee lopen wij echt tegen een grens aan.’

Hoe lossen jullie dat op?

‘Samen met het VR-bedrijf onderzoeken we op dit moment of er wellicht meer partijen zijn geïnteresseerd in deze VR-toepassing, bijvoorbeeld het ministerie van Justitie en Veiligheid en ook het onderwijs. Alleen dan is het de moeite waard om door te gaan met de ontwikkeling.’

Jullie willen ook het bedrijfsleven betrekken bij Garage2020. Waarom?

‘Wij vinden het ieders zorg dat het goed gaat met kinderen en jongeren in Nederland – dat is niet alleen de verantwoording van zorginstellingen en gemeenten. Bovendien zijn de kinderen van nu de klanten en werknemers van morgen: bedrijven hebben hier dus ook in economisch opzicht belang bij. Als gevolg van de vergrijzing zal de vraag naar geschikt personeel de komende jaren alleen maar groter worden. Het zou dus zonde zijn als een grote groep mensen dan straks vanwege problemen aan de kant staat.’

Met welke bedrijven wordt samengewerkt?

‘Van Transavia proberen wij te leren hoe wij onze wachtlijsten kunnen wegwerken. Net als zij moeten wij mensen zo snel mogelijk op de juiste plek zien te krijgen. Transavia doet dat per vliegtuig, wij in de jeugdhulp – inclusief bagage. We zijn hier nog maar net mee gestart, dus ik kan nog niet vertellen wat het heeft opgeleverd.

‘Met Transavia proberen we onze wachtlijsten weg te werken. Net als zij moeten wij mensen snel op de juiste plekkrijgen’

-Mariënne Verhoef

Een ander voorbeeld is dat wij nauw samenwerken met vastgoedontwikkelaar Fakton op het gebied van preventie. Om te voorkomen dat een jongere in de jeugdhulp terechtkomt, is een veilige woonplek essentieel. Veel jongeren leiden echter óf een zwervend bestaan, of ze voelen zich thuis niet veilig. Ook verblijven veel jongeren onnodig lang in jeugdzorginstellingen, omdat er voor hen geen betaalbare woningen zijn. Daarom werken wij met Fakton aan het project Live Work Learn Play, een soort campus in Amsterdam waar kwetsbare jongeren kunnen wonen, werken, sporten en leren. Dat gebeurt in de directe nabijheid van een zorginstelling, voor het geval dat. Het vastgoed is in handen van Spirit, en Fakton leert ons hoe we dat op een duurzame manier kunnen exploiteren.’

Hoe krijg je het personeel mee in de nieuwe aanpak?

‘De werknemers van Spirit waarderen het heel erg dat de organisatie innoveert, dat merk ik tijdens de gesprekken die ik met ze voer. Maar dat wil niet zeggen dat iedereen zich meteen geroepen voelt om alle nieuwe dingen direct uit te proberen. Ik leg ze dat ook niet op, Spirit is een ‘platte’ organisatie. Wel probeer ik ze te verleiden door dingen aan te bieden. Dat gaat heel organisch. Zo is één afdeling onlangs begonnen met Yuno, terwijl een tweede zich inmiddels al heeft aangemeld. Je kan je niet allemaal tegelijk op een innovatie storten en dat is ook helemaal niet de bedoeling.

Spirit heeft duizend werknemers en door de recente bestuurlijke fusie met het academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie De Bascule, zijn daar nog eens zeshonderd mensen bijgekomen. Dat betekent dat wij altijd genoeg plekken hebben om nieuwe dingen uit te proberen, onder verschillende omstandigheden.’

Wat hebben jullie tot nu toe geleerd van de innovatie?

‘In het begin werkten wij teveel vanuit enthousiasme. Dat is niet verkeerd, maar je kan er niet op door bouwen. Wij weten nu dat iemand behalve een leuk idee óók de vaardigheden moet hebben om dat innovatieve idee verder te ontwikkelen en te implementeren – en dat allemaal in nauw overleg met de jongeren en de gezinnen voor wie wij het doen.’

Zijn er ook innovaties geweest die mislukten?

‘Ja, de zogeheten HappyHall-app waarmee we stress in gezinnen wilden voorkomen. Als iedereen rond dezelfde tijd thuiskomt na een lange dag werk of school, vinden er vaak botsingen tussen gezinsleden plaats, zeker als het huis klein is. Het idee was dat elk gezinslid bij thuiskomst even via de app liet weten hoe hij zich voelt.

Het bouwen van deze app was echter veel te kostbaar en nodeloos ingewikkeld, daar zijn we mee gestopt. Maar de behoefte aan een gezins-emotie-meter bleef bestaan. Daarom hebben we nu een simpel whiteboard gemaakt waarop je met smileys kunt aangeven of je superblij, vrolijk, tevreden of verdrietig bent. Vooral kleine kinderen en pubers die moeite hebben met het uiten van emoties vinden dit heel erg leuk, zo weten we van gezinnen die het product hebben getest. Het is een goede les geweest: soms maak je dingen onnodig complex en vergeet je waar het eigenlijk om draait.’

De slogan van Garage2020 luidt: ‘wij maken jeugdhulp overbodig’. Is dat letterlijk bedoeld?

‘Deels wel, want alles wat wij kunnen bedenken om zware vormen van zorg – zoals de gesloten jeugdzorg – overbodig te maken is pure winst. Daarover is echt iedereen het bij Spirit en de Bascule eens. Maar er zullen natuurlijk altijd kinderen blijven die jeugdhulp nodig hebben, bijvoorbeeld omdat ze een psychiatrische aandoening hebben.’

You may also like